Terwijl Corona ons nog even bezig zal houden, zijn er inmiddels op de de jubileum-amuse ‘Tegendraads‘ heel gemengde reacties gekomen. Iemand vroeg zich af of ik van mening ben ‘dat iedereen wel een soort van gelijk heeft’, en of we daardoor niet te veel weg relativeren. Dat discussies in een zouteloos, waterig soepje eindigen; zo van ‘het is maar hoe je het bekijkt’. Tijd om eens te kijken of niet alles relatief is. Laten we te rade gaan bij de natuurkunde. Een goed begin is het boekje ‘Niks Relatief’, of anders gezegd, de boekjes ‘Niks Relatief’. Om je maar meteen in verwarring te brengen: kijk even naar de volgende afbeeldingen daarvan.


Nu zal je denken, ok; één boekje zonder formules, en een één met formules. De grap is dat het fysiek 1 boek is; je kunt het vanaf de ene kant of vanaf de andere kant lezen:

Om bij de kern van de vraag te komen ‘Is alles relatief?’ Het antwoord is: Nee.
Je hebt op de afbeelding van het boek (dat zonder formules) al de afbeelding van Einstein herkend. Dat heeft er mee te maken dat het boek / de boekjes uit zijn gegeven in 2005, 100 jaar na het opstellen van de speciale relativiteitstheorie door Einstein. Om een wat langer verhaal kort te maken, enkele citaten daar uit (pagina 43 e.v.).
“… concludeerde Einstein dat de lichtsnelheid heel bijzonder is: de snelheid van het licht is onder alle omstandigheden gelijk.“
En:
“… licht beweegt altijd met de lichtsnelheid, ook ten opzicht van ander licht. De theorie waarin hij dit vervatte heet sindsdien relativiteitstheorie.”
En verder:
“Je moet maar durven om te tornen aan een theorie die zo rotsvast gevestigd is als de klassieke mechanica (Newton – HvB), en dat is precies wat Einstein durfde. Hij vormde die theorie om zodat er wél plaats was voor een onveranderlijke snelheid. Zo’n theorie zoude ‘absoluutheidstheorie’ kunnen heten […]”
Waar het me om gaat: dat je bedenkt dat niet alles in het heelal relatief is; in ieder geval is de lichtsnelheid absoluut.
Misschien dat ik daarom wat alert ben als het woordje ‘relatief’ wordt gebruikt. Waar ik dan ook op stuitte is de het gebruik daarvan in de weekbrief (‘wekelijkse inspiratie’) voor zondag 9 februari 2020 (nr.5). Waar ik moeite mee heb, zijn de volgende zinnen:
“hadden achteraf gezien Nederlandse kerkgenootschappen zich in die jaren krachtiger kunnen positioneren. In Nederland kwamen in de Tweede Wereldoorlog relatief weinig mensen in verzet en was er ook sprake van collaboratie.“
Ik snap niet dat er over ‘achteraf gezien’ wordt gesproken. Het risico van ‘achteraf gezien’ houdt in dat we het meetlint van nu op het verleden houden. Dat we onze kennis en ervaring van nu projecteren op hoe men zich toen zou hebben moeten gedragen. Ik hoop niet dat 3 generaties na ons datzelfde gebeurt (een ‘generatie’ is 25 jaar). En, in dit geval: verwijten we onze lieve opa’s en oma’s dat ze tekort hebben geschoten? Wat hadden ze anders moeten doen? En, klopt het beeld überhaupt? Kijk eens wat de hoofdstroom geschiedschrijving zegt (Wikipedia):
“Het verzet kenmerkte zich in vergelijking met andere bezette landen door relatief weinig gewapend en gewelddadig verzet en een zeer succesvolle onderduik, die leidde tot een grote verzetsorganisatie, de LO (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers). Uiteindelijk doken volgens het NIOD 350.000 Nederlanders onder (een record in bezet Europa), waaronder 25.000 Joden. “
Daar komt dus een tegengesteld beeld uit naar voren. Weliswaar ‘relatief weinig gewapend en gewelddadig verzet’. Ik zou zeggen: gelukkig maar: bedenk eens hoe dat uitpakte in het geval van bijvoorbeeld de ‘Razzia van Putten’; het neerschieten van een Duits officier leidde tot de uitroeiing van de complete mannelijke bevolking (ruim 550 man) van het dorp Putten. Ik weet nog dat ik iets meer dan 30 jaar terug in Nijkerk in het verpleeghuis werkte, en de oude bewoners emotioneel helemaal dichtsloegen als dit bij de jaarlijkse gedenking weer naar boven kwam.

De toevoeging ‘dat er ook sprake was van collaboratie’ geeft m.i. daarom een te negatief beeld.
Maar goed, laat ik dit relativeren: er staat veel moois en behartigenswaardig in de weekbrief (wekelijkse inspiratie).