Dit is een mooie titel voor deze jubileum-amuse; ik en mijn lezers houden er wel van als een amuse een onverwachte wending neemt.
Neem onderstaande afbeelding:

Op de website van destrakkehand.nl staat onder ‘about’ over ‘The team’:
“De Strakke Hand is een collectief dat zich verenigt in de liefde voor het creĆ«ren. Een bedrijf opgestart ten tijde van crisis om met vernieuwing, originaliteit en creativiteit een lichtpunt te brengen in donkere dagen. Door het nemen van risico’s en het aangaan van nieuwe uitdagingen willen wij proberen het verschil te maken en elke dag anders te laten zijn.”
Het verschil met (het) apostolisch genootschap is dat het genootschap het accent anders legt, denk ik š : “een collectief dat zich verenigt in het creĆ«ren van liefde” (mijn woorden).
Je hebt als trouwe lezer natuurlijk allang door dat deze foto verwant is aan degene die gebruikt is bij weekbrief nr. 3 voor zondag 19 januari 2020 (twintig-twintig). Let wel: in de link hier verwijs ik naar de ‘publieksversie’ – die gebruikt een andere afbeelding. J. Zwart schrijft over de inspiratie en het ontzag dat ontstond bij het bijwonen van een lezing van Govert Schilling – in het kader van Iederal. De lezing betreffende ‘het ontstaan van het heelal, de geboorte van planeten en leven op aarde’ wordt getypeerd met ‘boeiend verhaal’ en ‘inspirerend betoog’; het gaat over ‘een niet te bevatten mysterie’ en ‘een groot en ondoorgrondelijk wonder’, die je ‘sprakeloos en dankbaar’ maakt.
Het kan toch geen toeval zijn dat zondag 1 maart Prof. dr. Ewine van Dishoeck (hoogleraar Moleculaire astrofysica) in de serie ‘De circulaire kosmos’ haar lezing ‘We zijn allemaal sterrenstof‘ houdt? Je hebt natuurlijk al opgemerkt dat deze lezing onderdeel is van een reeks waar toe ook de in de amuse ‘Psychiater‘ genoemde voordracht behoort.

Mocht de lezing al uitverkocht zijn, kijk dan op Youtube naar de lezing “Leven in het heelal – Ewine van Dishoeck over geboorte van sterren en planeten“.
Van Dishoeck wordt regelmatig met de nodige waardering genoemd door haar Leidse collega hoogleraar (theoretische astrofysica) Vincent Icke. Hij is al naar voren gekomen in de amuse ‘Wat is waar‘. Mocht je de indruk hebben dat ik wat in rondjes / circulair schrijf met deze amuse; je hebt gelijk, maar dat vindt ik wel passen in het thema ‘circulaire kosmos’.
Nu komt het tegendraadse:
Icke benadrukt in zijn boek ‘Reisbureau Einstein’ (reeds genoemd in de amuse exostolisch) juist het gewone, het niet-bijzondere, van de elementen en processen in het heelal. Dit in tegenstelling tot het beeld dat uit de parafrasering van de bovengenoemde lezing van Govert Schilling naar voren komt. Icke benadrukt (o.a. p.138) “… blijkt elke keer weer dat wij gewoner zijn dan we hadden gedacht.” Onderstreping en cursief van mij;
- Ons land is niet het enige bewoonde gebied op aarde.
- Onze planeet is niet de enige in het zonnestelsel.
- Onze Zon is op geen stukken na de enige ster in de Melkweg, die tussen de 100 en 150 miljard sterren bevat.
- Ons zonnestelsel is niet het enige planetenstelsel in de Melkweg. We hebben er al bijna drieduizend ontdekt, waarin vijfduizend planeten draaien, en we zijn nog maar pas begonnen.
- Onze Melkweg is niet het enige sterrenstelsel in het Heelal. Er zijn honderden miljarden van zulke sterrenstelsels, en nog heel veel meer kleinere die we nog nauwelijks in kaart hebben gebracht.
- De materie waaruit wij bestaan is het gewoonste spul in het Heelal.

En dat brengt je op zo’n moment van vertwijfeling: wat heeft nu de boventoon? Het gevoel van ontzag en verwondering, of het besef dat het heelal onderhevig is aan een aantal wetmatigheden en bestaat uit een beperkt aantal elementen – die maken dat er op veel plaatsen leven zal zijn ontstaan.
Om nog even door te sudderen op de vraag wie er nu gelijk heeft, deel ik de volgende anekdote:
“Er was eens een rabbi die bezoek kreeg van een echtpaar dat ruzie had. Eerst kwam de man bij hem, daarna de vrouw. De echtgenote van de rabbi hoorde in de naastliggende kamer wat er besproken werd. Zij was zeer verontwaardigd over wat haar man – de rabbi – zei. Toen de man zijn verhaal vertelde, keek de rabbi bedachtzaam voor zich uit, en zei: ‘Jij hebt gelijk’. Even later kwam de vrouw bij hem en vertelde een heel andere versie van hun ruzie. Ook tegen haar zei de rabbi – na een bedachtzaam moment: ‘Jij hebt gelijk’. Later confronteerde de echtgenote van de rabbi haar man met zijn uitspraken; ze nam het hem kwalijk dat hij beiden gelijk gaf. Hij keek bedachtzaam voor zich uit, en zei na enige tijd tegen haar: ‘Ook jij hebt gelijk!’ “