Ik begin deze keer met een afbeelding. Je hebt natuurlijk Goliath en David herkend, ook al hebben we het meestal over David en Goliath. De beelden die je op deze foto ziet, hebben bij het restaurant in het Amsterdam-Museum (voorheen: Amsterdams Historisch Museum) gestaan – vandaar dat je ze ook herkent. Momenteel zijn David en Goliath aan het bijkomen bij ons in Amsterdam-Noord:
“Goliath mag uitrusten en bijtanken en zijn indrukken verwerken in […] Amsterdam-Noord, waar hij liefdevol verzorgd zal worden.”
Bij het horen over de strijd tussen de reus – de afmetingen zijn lastig vast te stellen, maar het bovengenoemde beeld is 5 meter hoog – en de ‘kleine’ David, heb je al snel de neiging om partij te trekken voor de ‘underdog’, toch? En zeker verbluffend dat David de tweekamp wint. De reus komt in het Bijbelse verhaal op een voor sommigen onverwachte en onprettige manier aan zijn einde. Ik citeer een wat langer stuk uit de ‘Bijbel voor Dummies’ (ref 1; p. 161-162):
Goliat geveld (1 Samuël 17)
“In het verhaal van David en Goliat verslaat een jonge jongen een machtige krijger. Dit verhaal is de belichaming geworden van de zegevierende underdog. Hier volgt het verhaal.
De Israëlieten binden voor de zoveelste keer de strijd aan met de Filistijnen. Maar dit keer wordt er niet gevochten. Waarom niet? De Israëlieten zijn bang voor de veranderde aanvalstaktiek van de Filistijnen. De Filistijnen bieden aan om Israëls slaven te worden als Israël hun kampioen in een een-op-een-gevecht kan verslaan. Het enige probleem is dat die kampioen, Goliat, reusachtig is. Letterlijk. Volgens de Tenach is Goliat ongeveer 3 meter lang (in de Griekse tekst is Goliath ‘maar’ 1,80 m). Goliat kent zijn positie en tergt Israël elke dag door het volk en God uit te schelden. Wanhopig biedt Saul de hand van zijn dochter, rijkdommen en belastingvoordelen aan degene die Goliat kan doden. Zelfs het belastingvooordeel kan niemand er toe verleiden om de uitdaging aan te gaan en Goliat tergt Israël veertig dagen lang.
Ondertussen roep Isaï David bij zich en vraagt hem te gaan kijken hoe het met zijn broers gaat die in het Israëlitische leger dienen. Als hij in het legerkamp aankomt, hoort hij over de plagerijen van Goliat. Hij s woedend dat niemand genoeg vertrouwen heeft in God om de uitdaging tegen deze ‘onbesneden Filistijn’ aan te gaan. David vraagt Saul toestemming om met Goliat te vechten. Saul bewondert Davids moed en stemt ermee in. Hij geeft David zijn koninklijke wapenuitrusting – ironisch voor degenen die weten dat David eens koning zal zijn. De wapenuitrusting is nu nog veel te groot en de jonge David besluit de strijd zonder wapens […] aan te gaan.
David neemt wel een wapen mee. Hij heeft een slinger, die zeker niet geldt als kinderspeelgoed, maar eerder als een pistool. Een ervaren slingeraar kan een steen van bijna twee kilo met een snelheid van wel driehonderd kilometer per uur wegslingeren. Legers in de oudheid gebruiken dan ook verschillende soorten katapulten tijdens hun gevechten. David, de herderszoon, gebruikt zijn slinger vaak om roofdieren te doden en is daarom bijhoorlijk zeker van zijn zaak. Hij verzamelt vijf stenen uit een nabijgelegen beek en gaat op weg naar Goliat.
Als Goliat de onbewapende David ziet, gelooft hij zijn ogen niet: ‘Ben ik soms een hond, dat je met je stok op mij afkomt?’ David antwoordt daarop:
U komt op mij af vertrouwend op zwaard, lans en kromzwaard. Maar ik kom op u af vertrouwend op de almachtige Heer, de God van de slagorden van Israël. U hebt hem uitgedaagd, maar op deze dag zal hij u in mijn macht geven (1 Samuël 17:45-46).
David wint in elk geval de woordenstrijd, maar de echte strijd moet nog beginnen. David rent naar Goliat en doet een steen in zijn slinger. Als de steen de benodigde snelheid heeft bereikt, laat hij deze los. HIj raakt Goliat midden op zijn voorhoofd. Goliat valt en terwijl de reus bewusteloos is, rent Goliat [Dit zal ‘David’ moeten zijn, HvB] naar hem toe, pakt zijn enorme zwaard en hakt zijn hoofd af.
Als de Filistijnen ziene dat hun kampioen dood is, worden ze allesbehalve slaven van Israël, zoals ze hadden beloofd, maar rennen voor hun leven (en vrijheid). De Israëlieten zetten echter de achtervolging in en verslaan hen.
David houdt Goliats hoofd en wapenuitrusting als oorlogsbuit (niet de leukste, maar wel de gedenkwaardigste trofeeën) en plaatst het zwaard in de ontmoetingstent (‘Gods heilige tent’) als eerbetoon aan Gods rol in zijn overwinning. David vertrouwt, in tegenstelling tot Saul, wel op de Heer.
Tot zover het citaat uit de Bijbel voor Dummies.
In de ‘Blokker-bijbel’ (referentie 2, met name p. 101 e.v.) wordt onder andere opgemerkt: “De belangrijkste heldendaad van David is het doden van de Filistijnse reus Goliat. Ze worden eeuwen later nog altijd in één adem genoemd.“
Je kunt de strijd tussen Filistijnen en Israëlieten ook geografisch beschouwen: zie de kaart uit hetzelfde boek (referentie 1, pagina 181):
Je ziet hier linksonder de stad Gaza in FILISTEA liggen. Er werd in feite gesproken van een vijf-steden gebied, zo lezen we in Wikipedia:
“De Filistijnen waren een zeevarend volk dat zich aan het eind van het 2e millennium v.Chr. op de kuststrook in het zuiden van Kanaän vestigde en intensieve contacten lijkt te hebben onderhouden met Alashia (Cyprus), Myceens Griekenland en Minoïsch Kreta. De Filistijnen stichtten vijf onafhankelijke stadstaten, die een soort stedenbond vormden (pentapolis). Gedurende de 12e en 11e eeuw v.Chr. hadden de Filistijnen de hegemonie in het gebied, maar in de eeuwen daarna zagen ze hun macht tanen”
Hoezeer de Filistijnen macht hadden, wordt kort toegelicht door Matsier (referentie 3, pagina 108):
“Eerst wordt de benarde situatie van Israël nog even flink aangezet met een paar forse lijnen. Ze hebben namelijk domweg geen wapens – er is blijkbaar een algeheel door de Filistijnen uitgevaardigd smeedverbod van kracht. Alle Israëlieten moeten hun ploegscharen, hakken, bijlen en sikkels bij de Filistijnen laten slijpen.”
Je ziet de relatie met de huidige Gazastrook (zie Wikipedia):
Aangezien de tekst die je nu leest een essay is – en geen amuse: we gaan nog een tandje verder terug in de tijd, en volgen daar de Bijbel voor Dummies (referentie 1, pagina 87), over Isaak en Rebekka’s ‘echtgenote-zustertruc’ (Genesis 26);
“In Genesis 26 gaan we terug naar de tijd van voor Esau en Jakob om te laten zien wat er bij hun ‘strijd om het geboorterecht’ op het spel staat: rijkdom en een vredesverdrag met een machtig koninkrijk.
Tijdens een ernstige hongersnood gaan Isaak en Rebekka op zoek naar voedsel. Ze komen uiteindelijk bij Abimelek, de koning van Gerar. Omdat Isaak bang is dat Abimelek hem zal doden om zijn mooie vrouw te krijgen, zegt hij dat Rebekka zijn zus is. Verrassend genoeg trapt Abilmelek erin, ook al is hem dit al eerder geflikt door Isaak ouders, Abraham en Sara, toen zij op zoek waren naar voedsel […].
Aanvankelijk gaat alles goed voor Isaak en Rebekka, tot Abimelek op een dag ziet dat zij ‘met elkaar aan het spelen’ zijn. Abimelek realiseert zich nu dat Isaak en Rebekka geen broer en zus, maar man en vrouw zijn. Abimelek straft Isaak echter niet, maar sluit een verdrag met hem. Hij geeft Isaak internationale amnestie en toestemming binnen het rijk van Abimelek te gaan wonen waar hij maar wil.
Dit verhaal laat niet alleen zien dat de appel niet ver van de boom valt […]. Het laat ook zien dat Isaaks nakomelingen, de Israëlieten, vreedzaam naast de nakomelingen van Abimelek, De Filistijnen (waarvan het woord Palestina is afgeleid), zouden moeten leven. Hun voorouders beloven elkaar ‘geen kwaad te zullen doen’en zelfs ‘goed voor elkaar te zorgen’. De bijbelse auteurs gaan er van uit dat de Israëlieten en de Filistijnen zich aan deze afspraken zullen houden.“
Dit brengt me bij een overweging van dit essay:
A*** De strijd die we nu in de media zien en ervaren, gaat al zo’n 3.000 jaar terug.
In de regel zijn langlopende conflicten niet snel op te lossen…
Dat helpt om te beseffen hoe moeilijk en diep zaken soms liggen. En dat conflicten langer terug gaan dan we wel eens zien of horen.
- Zo stelt het NRC in: “Hoe ontstond het conflict tussen Israël en Hamas?“: “Voor de historische context moet het vizier terug naar het einde van de negentiende eeuw.”
- En NU.nl stelt in een subartikel onder “Het conflict uitgelegd” onder de kop “Wat is er nou eigenlijk aan de hand? “De decennialangen strijd in een notendop.” als eerste: “Vraag 1: Kunnen jullie ruim een eeuw van conflict in een notendop samenvatten?”. Dit lijkt in tegenspraak met wat er daarvoor in hetzelfde artikel wordt gesteld: “De strijd tussen Israël en de Palestijnen is een van de langst slepende conflicten ter wereld.”. Daarbij wordt ook verwezen: “Het gebied tussen de Middellandse Zeekust en de rivier de Jordaan, waar het Joodse volk zijn historische oorsprong heeft, maakte eeuwenlang deel uit van het Ottomaanse Rijk.”
Dat brengt me bij mijn tweede overweging:
B*** Het conflict zit dieper (in de tijd) dan we wel eens uit de media begrijpen; het zal dan ook lang kunnen duren voordat het is ‘opgelost’ – hoe die oplossing er ook uit zal zien.
C*** De oplettende lezer zal hebben opgemerkt dat de titel van dit Essay niet dekkend is. Ook hebben we het ‘overdrachtelijk taalgebruik’ (Wikipedia) “De Nederlandse uitdrukking ‘naar de filistijnen gaan’ (waarbij ‘filistijnen’ met een kleine letter geschreven wordt) betekent ‘kapotgaan’.” Dat is momenteel zeker van toepassing voor Gaza(strook). Je zou de titel “Gaza naar de filistijnen” echter nu ook kunnen als ‘Gaza moet naar de Filistijnen‘ of ‘Gaza moet naar de Palestijnen‘. Ergo: Gaza naar de Filistijnen…
Daarbij kun je je aan een aantal gedachten oprichten:
- Iedere oorlog komt tot een einde.
- Opwekkende en inspirerende woorden, ik neem hier – in lijn met een brief van het bestuur van het ApGen – op van “Verzonken grenzen”, 1918, van Henriëtte Roland Holst-van der Schalk:
De zachte krachten zullen zeker winnen
De zachte krachten zullen zeker winnen
in ’t eind – dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zo ’t zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.
De machten die de liefde nog omkluistren
zal zij, allengs voortschrijdend, overwinnen,
dan kan de grote zaligheid beginnen
die w’als onze harten aandachtig luistren
in alle tederheden ruisen horen
als in kleine schelpen de grote zee.
Liefde is de zin van ’t leven der planeten,
en mense’ en diere’. Er is niets wat kan storen
’t stijgen tot haar. Dit is het zeekre weten:
naar volmaakte Liefde stijgt alles mee.
—–
Referenties die geen ‘link’ zijn / hebben:
(1) De bijbel voor Dummies – Addison Wesley / Pearson Education; Jerffrey Geoghegan en Michael Homan; 3e druk 2006.
(2) ER WAS EENS EEN GOD – Uitgeverij Contact; Jan Blokker, Jan Blokker jr. en Bas Blokker; 2006, 2010.
(3) De bijbel volgens Nicolaas Matsier – De Bezige Bij; 2011.
————
PS; waar in de referenties Goliath wordt geschreven in plaats van Goliat, heb ik dat als zodanig overgenomen – je mocht eens denken dat de typo van mij komt…
PS2; ik heb alleen bij een duidelijke vergissing – als Goliat genoemd wordt waar dit David moet zijn – dit boven vermeld.
================================================
Amsterdam, 19 oktober 2023



Je hebt weer veel werk verzet Harm.
Dit onderwerp houdt ons allemaal verdrietig bezig.
Daarom is het mooi dat je met dit gedicht van de liefde afsluit.