Deze tekst bouwt voort op een reactie die ik plaatste in de Feestboek-groep ‘Dialoogforum Apgen’ bij de post ‘Lezing Robin Brouwer’. De link naar de video van de betreffende lezing van Robin Brouwer is: https://www.youtube.com/watch?v=lPvXyuI47p0
Hoewel mijn reactie op Feestboek breder is, beperk ik me hier voor de leesbaarheid. Voor degenen die geïnteresseerd zijn: ik reageer op de tekst van RBR ‘Apgen revisited‘ in mijn amuse(s) Franse kaas; de eerste is te vinden op ‘Franse kaas 1‘.
Overigens: er is op 1 mei 2021 een coup gepleegd door in laatstgenoemde Feestboek-groep: ik ben een van degenen die vervolgens uit de groep zijn gegooid.
————————————– Start Essay —————-
Tijdens het bekijken en beluisteren van de presentatie door Robin Brouwer (hierna aan te duiden als RBR) kwam een aantal gedachten bij me naar voren. Ik noem ze kort, en werk ze dan iets meer uit.
A. Gedateerd referentiekader.
B. Een ‘spijtige’ klank.
C. Perspectief ?
D. Buiten de rol.
Ad A. ‘gebruikt referentiekader’
Wat mij opvalt is dat de denkers van wie het begrippenapparaat door RBR gebruikt worden om de ontwikkeling van de apostolische beweging te beschouwen, al ongeveer 50 jaar voor het houden van de lezing zijn overleden. Het referentiekader dat Brouwer gebruikt is gebaseerd op het werk van Karl Barth en Paul Tillich. De lezing door RBR is gehouden in 2016, en Barth is in 1968 overleden, en Tillich in 1965. Het kader waartegen de apostolische beweging beschouwd wordt, is dus geënt op denkers die ten tijde van de lezing zelf al zo’n 50 jaar eerder overleden waren.
Zijn er geen nieuwere inzichten of modellen ontwikkeld op dat vlak? Of zijn er een andere reden om Barth en Tillich met name te gebruiken? Bijvoorbeeld omdat RBR er mee vertrouwd was? Of omdat het deels vigerend was in de te beschouwen periode zelf, en daar dus goed mee te matchen was? Dit lijkt mij niet het geval, want de ontwikkeling van het genootschap loopt nog lange tijd door.
Overigens: RBR benoemt de invloed van denkers als Barth binnen christelijk Nederland. Daarbij denk ik dat het maar zeer de vraag is in hoeverre dat ook op het Apostolisch Genootschap van toepassing was. Je kunt aannemen dat apostolische voorgangers zelf niet direkt beïnvloed zijn door genoemde denkers in hun scholing en ontwikkeling: het gaat binnen het AG immers om lekenbediening; geen mensen die een theologische scholing hebben gehad. Ook de apostelen hadden geen theologische c.q. academische scholing. Je kunt wel speculeren dat beïnvloeding / bekendheid mogelijk was doordat het gedachtengoed van Barth/Tillich breed in de maatschappij gedeeld werd.
Ad B. ‘Spijtige’ ontwikkelingen?
In zijn laatste sheet noemt RBR met name aspecten die ‘minder’ zijn geworden, als een soort neergang of teloorgang. Ik meen daar een soort ‘jammer dat het zo is’ in te horen: natuurlijk een zeer persoonlijke opvatting van mij. Dit is mede ingegeven door wat Brouwer zich laat ontvallen (in de lezing rond minuut 11:00), als hij verhaalt over hoe Barth de 20e eeuw typeert. Let wel: Barth is in 1968 overleden, dus het lijkt me sowieso lastig om zijn woorden te gebruiken om de (hele) 20e eeuw te typeren, maar dat terzijde. RBR benoemt de typering door Barth met diens woorden:
- kapitalisme
- consumptie
- ontkerkelijking
- vervlakking
- oppervlakkigheid
Het spannende zit hem in de zin die RBR zelf toevoegt naar aanleiding van Barth’s typering van een tijd, namelijk:
“Je zou bijna zeggen: ‘Het klinkt als deze tijd.'”
Kortom, RBR herkent in vijf bovengenoemde woorden een typering die ook op deze tijd – anno 2016 – past.
Ik krijg vaak wat jeuk als er zo een soort doemdenken over een periode wordt uitgesproken – ook al weet je dat het in iedere tijd gebeurt.
RBR lijkt in deze lijn door te werken als hij zijn lezing besluit met het benoemen van zaken die allemaal minder zijn geworden. Je herkent het aan de steekwoorden ‘einde / verlaagd / verlating / verlies / einde’.

Persoonlijk zou ik zeggen dat het logisch is dat als de maatschappij zich ontwikkelt, er zaken veranderen – en dus ook een aantal overtuigingen en gebruiken afneemt. Wat ik op Feestboek al even aanhaalde, zijn realistische auteurs als:
- Rutger Bregman – De meeste mensen deugen (populair-wetenschappelijk)
- Maarten Boudry – Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat (wetenschappelijk)
Zij schetsen welke (letterlijk) ongekende opgang de mensheid de afgelopen 200 jaar gemaakt heeft, op vele vlakken. Van beschikbaarheid van voedsel, tot gezondheid(szorg), onderwijs, politiek (democratie), oorlog en welvaart in zijn algemeenheid. Het is te veel om in kort bestek hier aan te halen.
Daarbij werkt het wel eens tegen dat in de nieuwsberichten in de regel juist die zaken naar voren worden gebracht die mis gaan. Als je iedere dag de krant leest en naar het journaal kijkt, krijg je een flink vertekend beeld van de mensheid.
Ad C. ‘Perspectief ?’
Opmerkelijk genoeg worden er geen aanbevelingen gedaan in aansluiting bij de onder B. genoemde constateringen (die een neergang impliceren). Wat zou de apostolische beweging volgens RBR kunnen doen om maatschappelijk relevant te blijven? Daar komen geen ‘aanbevelingen’ of ander soortige suggesties.
Wellicht dat RBR zich ook wat ongemakkelijk bij dit einde van zijn lezing voelde, en dan ook doorpakt naar D.
Ad D. Buiten de rol.
RBR neemt na zijn lezing nog even de gelegenheid te baat om naast zijn rol als spreker – als de analyserende filosoof – nog een persoonlijke noot mee te geven. Je zou kunnen denken dat RBR het zelf spijtig vindt dat hij zijn lezing anders met het opsommen van ‘neergang’ zou moeten eindigen.
Hij ontpopt zich daar als een voorganger, en spreekt met verve over ‘de liefde’. Het klinkt bijna als 1- Corinthe 13; ‘over de liefde’, maar dan over het fenomeen ‘liefdesbrief’. Daarbij pleit hij vol vuur voor een bewogen omgaan met een liefdesbrief c.q. ‘de liefde’. Zo weet hij zijn publiek inspiratie mee te geven (we leven nu toch in de aanloop naar Pinksteren).
Ik kon de gedachte niet onderdrukken dat ik me afvroeg of hij ook aan de weekbrief dacht – als periodieke liefdesbrief…
======================== Einde Essay ==============================
Hier volgt het Feestboek-citaat waarin die ik als eerste reactie heb geschreven:
———————————————————————————————-
Ceux qui partent ont tort
Als ik het goed begrijp, heeft Robin Brouwer een kleine 30 jaar geleden afscheid genomen van het genootschap.
In zijn lezing over vrijzinnige theologie, eindigt hij de SLOT-sheet in de presentatie pessimistisch (de lezing duurt niet lang, maar je kunt eventueel doorscrollen naar de 29e minuut).
Ook wat er in genoemd artikel in De Stroom als staat, is nogal zwart: Onder ‘De toekomst van de samenleving’:
“De toekomst ziet er niet rooskleurig uit.”
Ook het statement op robinbrouwercollective.nl bevat nogal wat droefs:
“De twintigste eeuw en de cultuur en manier van leven die wij in enkele honderden jaren hebben opgebouwd, is ten einde”
Dat is in tegenstelling met wat tegenwoordig algemeen als inzicht wordt gezien; lees:
– Rutger Bregman (populair-wetenschapppelijk) ‘De meeste mensen deugen’
– Maarten Boudry (wetenschappelijk) ‘Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat’.
Beiden wel eens geciteerd in een weekbrief.
Ik kan met niet vinden in het pessimisme van Brouwer.
Ten aanzien van zijn ervaringen die gedeeld worden op de pagina apostelkinderen.nl geldt voor mij dat ik waarschijnlijk heel lang in een zalige onwetendheid moet hebben geleefd.
De lezing van Brouwer begint met het lied ‘In stille trouw’ – nr. 57 (dat is nu het getal van mijn leeftijd).
Het lied dat daar op volgt is 58 ‘Doorbraak’ – ‘het nieuwe tegemoet’. Ik kijk uit naar 58.
====================================================================
10 mei 2021
3 juni 2021: kort update over het feit dat ik uit de Feestboek-groep ben gegooid waar ik deze reactie oorspronkelijk heb geplaatst.
7 augustus 2021: toegevoegd: Voor degenen die geïnteresseerd zijn: ik reageer op de tekst van RBR ‘Apgen revisited‘ in mijn amuse(s) Franse kaas; de eerste is te vinden op ‘Franse kaas 1‘.