Ik moet je bekennen dat ik een beetje van slag ben. Normaal gesproken ben ik een flegmatiek, stabiel persoon. Maar deze tijd brengt een sensitieve kant van me naar voren. Je zult waarschijnlijk zeggen dat dit komt doordat het op 4e Paasdag constant sneeuwt;

Zelf denk ik niet dat dit de oorzaak is; we hebben een hartverwarmend interieur;

Daarbij denk ik dat mijn sensitiviteit door meer zaken wordt geprikkeld. Natuurlijk hebben we de rare situatie dat een demente ex-premier mogelijk weer in het zadel geholpen gaat worden door een bijna 80-jarige verkeninformateur. Ik vergoelijk dat omdat dit mijn 80e amuse is. Gelukkig wordt een en ander professioneel bekritiseerd door mensen als Youp van ’t Hek. Ik citeer de laatste zinnen uit zijn column van het NRC (Amsterdammers spreken van ‘het’ NRC – een verwijzing naar de tijd van voor de fusie van het Algemeen Handelsblad met de NRC) van zaterdag 3 april jl.
“Op dat moment ging er op de eerste etage met veel lawaai een raam open en schreeuwde een oude verwarde vrouw iets over een nieuwe lente en een nieuw geluid.
Ik zei tegen Mark dat dat Annemarie Jorritsma was. Mark had geen idee. Hij kende geen Annemarie. Hij had wel ooit een oude fiets met die naam gehad. Toen keek hij mij angstaanjagend aan en vroeg: „Heet u Mark?””
Nu zijn de columns van Youp in de regel erg leuk en kritisch; deze keer ook. Maar wat aan me knaagde, was het feit dat er in het eerste weekend van april al werd verwezen naar de ‘Mei’ van Herman Gorter. Waarschijnlijk herkent u de eerste regels:
“Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht –
In huis was ’t donker, maar de stille straat
Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
Nog lich, er viel een gouden blanke schijn
Over de gevels in mijn raamkozijn.
Onmiskenbaar dus de ‘nieuwe lente en een nieuw geluid’ van Youp het over heeft.

Kan gebeuren, zou je zeggen; niet te veel aandacht aan besteden. Maar wat me frappeerde is dat ook Bert Wiegman in zijn (Paas)weekbrief voor de eerste zondag van april ook Gorter aanhaalt. Hij begint de eerste alinea als volgt:
“Een nieuwe lente en een nieuw geluid. Gevleugelde woorden waarmee een nieuw begin wordt aangekondigd. Het zijn de eerste regels van het gedicht ‘Mei’ van Herman Gorter uit 1889: Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit / Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht / In een oud stadje, langs de watergracht. Het stemt je vrolijk en blij als je snaveltjes ziet die, net uit het ei, boven de nestrand uit komen.“
Normaal gesproken verwijs ik dan – in verband met de toegankelijkheid – even naar de publieksversie van de weekbrief, maar daar is iets mee. Enerzijds heeft deze een totaal andere titel; ‘Liefde zal er zijn als wij er zijn’ in plaats van ‘Een nieuwe dag’, en anderzijds ontbreekt er ook de aanduiding dat dit om het gedicht ‘Mei’ gaat. Ik ben niet zomaar van slag.
De latere ontwikkeling van Gorter (zie Wikipedia) is zeer interessant:
In 1896 ging hij het werk van de Duitse filosoof en econoom Karl Marx bestuderen. Gorter werd een overtuigd aanhanger van het communisme. Deze nieuwe levenshouding klonk ook door in zijn werk. Zo verwijderde hij zich steeds verder van de oorspronkelijke idealen van de Tachtigers, waar hij eens het schoolvoorbeeld van was. Hij sloot zich in 1897 aan bij de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij en zijn poëzie bezong nu de triomf van de revolutie en een optimistische, glorievolle toekomst. In 1909 scheidde hij zich af van SDAP en werd lid van de Sociaal-Democratische Partij die later de Communistische Partij van Nederland zou worden.
Zie jij in het aanhalen van Gorter in de weekbrief impliciet een oproep tot een politieke omslag – overeenkomstig de behoefte van deze tijd voor een nieuwe premier, bijvoorbeeld?
Ben jij ook wel eens van slag? Wat doe je dan?
Kerkrade, 7 april 2021
Jammer,een weinig positieve benadering van een weekbrief. Ik ben ook van slag,maar om wel een heel andere reden.