Wat is je eerste associatie als je ‘onze vader’ leest? Wellicht denk je aan de Bergrede van Jezus, vervat in het evangelie van Mattheus, meer in het bijzonder in 6:5-13, waarin Jezus zijn leerlingen leert bidden. Na een introductie hoe je houding dient te zijn, begint de tekst van ‘het’ Onze vader’ als volgt:
“Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd“
Misschien zag het er wel zo uit, daar op de berg:

Vroeger (!) zong het zangkoor in het genootschap ook een lied ‘onze vader’; de muziek klinkt – een technisch zeer slechte opname, dus puur voor een korte impressie – als volgt:
Trouwe lezers van deze site denken overigens met genoegen terug aan het essay ‘Hoera een sekte‘, waarin het leven, de persoon en het werken van Jezus in perspectief worden geplaatst.
Maar daar gaat het vandaag niet over. Gezien de publicatie-datum weet je al dat het met de dag van overlijden van onze vader te maken. En ‘onze’ is dan dubbel: zowel de sterfdag van ‘onze vader’ in de zin van ‘ons’ met mijn zussen en zwagers;

als ook ‘onze vader’ in de zin van ‘ons’ met mijn partner en zwager;

Onze vaders zijn namelijk beiden op 9 mei overleden. Kan dat toeval zijn?
Kan het ook toeval zijn dat je dezelfde middelbare school hebt doorlopen als je vader? En dat je daarbij zelfs een leraar hebt gehad, die je vader ook nog les heeft gegeven? In mijn geval: de leraar Frans ‘Weltevreden’, waar trouwens weinig mensen tevreden over waren, behalve hijzelf; lees de horror-verhalen op het-geheugen-van-oost. Het doorlopen van dezelfde middelbare school als je vader verwacht je hoogstens in een wat kleinere stad, toch? Nu was wel inmiddels de naam van de school veranderd, maar de aanblik van buiten – aan de Mauritskade te Amsterdam is nog steeds hetzelfde:

Als scholieren maakten we wel grappen dat de binnenplaats deed denken aan Colditz, verwijzend naar een televisieserie “over krijgsgevangenen die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn opgesloten”.
Mijn vader was trots dat hij de eerste 3 jaar goed had afgerond:

Een scherpe lezer merkt op dat de tegels van het schoolgebouw het over “5-jarigen cursus” – met ‘n’ – heeft, en het diploma over “5-jarige cursus – zonder ‘n'”. Maar merk ook op dat op de tegels van het schoolgebouw ook staat: ‘hoogere’, dus met 2 o’s. Vraag nooit aan een neerlandicus hoe de spelling moet zijn, want spelling wordt door de regering bepaald, en is geen serieus onderwerp voor taalkundigen.
Nu komen er bij het terugblikken naar je middelbareschooltijd altijd diverse emoties weer naar boven; denk maar aan aansprekende of beruchte docenten. Helemaal leuk als je samen met bekenden op hen kan terugkijken (denk aan de conciërge Rootselaar, directeur Mesman, docenten Nederlands Anker, Van der Liet et cetera).
Een ieder zal bijzondere herinneringen aan zijn of haar middelbare school hebben. Daarbij kan ik niet nalaten het er over te hebben wat ‘mijn’ middelbare school – als instituut – nog meer bijzonder maakt. Ik denk aan de eerste plaats aan het feit dat André Kuipers hem ook heeft doorlopen:

Kuipers herinner je nog wel van de amuse DWDD – nog steeds actueel. Zelf vertelde Kuipers over het Van der Waals-lyceum – zo heette onze middelbare school inmiddels aan ‘de Volkskrant’ op 12 april 2014:
“Op het Van der Waals Lyceum in Amsterdam had ik een heel goede natuurkundeleraar, meneer Sassen. Na schooltijd gaf hij lessen sterrenkunde. Daarin vertelde hij bijvoorbeeld over supernova’s en over de snelheid van het licht. Fascinerend vond ik dat. Bijvoorbeeld de gedachte dat het licht van sterren miljoenen jaren oud kan zijn en dat je daarom dus terug in de tijd kijkt als je een ster ziet schijnen. Ik schreef alles op met tekeningen erbij, die ik nog allemaal thuis heb liggen. Na school discussieerde ik met vriendjes zodra zij iets beweerden wat natuurkundig gezien niet kon.
Sassen was een forse man, iemand met natuurlijk overwicht. Met hem maakte je geen grapjes. Toch was hij best grappig en ook een klein beetje cynisch over de maatschappij en over nieuwe ontwikkelingen. Zo gaven we hem een keer een lp voor zijn verjaardag. ‘Stereo?’, vroeg hij ons verbaasd, ‘doe mij maar gewoon mono, want zo klinkt het in de concertzaal ook.’
Later heb ik heb hem nog weleens ontmoet. Ik reed een paar jaar geleden langs mijn oude school. Het was toen net open dag en ik ging naar binnen om mijn oude lokaal te zien. Een paar leraren herkenden mij en vroegen of ik een keer een gastles wilde geven. ‘Prima’, zei ik, ‘Maar dan moeten we Sassen ook uitnodigen.’ En hij kwam. Na afloop hebben we nog een tijd met elkaar gesproken. Hij herinnerde zich de sterrenkundelessen en ook dat ik daarin erg geïnteresseerd was geweest.
Een andere docent die mij is bijgebleven, is mijn biologieleraar, meneer Huininga. Hij kon vreselijk interessant over dna vertellen. Vanuit zijn lokaal keken wij recht op de gebouwen van de Universiteit van Amsterdam. ‘Daar zijn ze nu bezig met belangrijk virusonderzoek’, zei hij dan tegen ons. Dat maakte indruk. Toen ik zelf geneeskunde studeerde, heb ik in datzelfde gebouw stage gelopen. We trokken met hem ook vaak de natuur in. We gingen dan in het echt wilgen knotten, in plaats van er alleen over in een boek te lezen.“
Ik doe het er niet om: Kuipers heeft het over ‘belangrijk virusonderzoek’; dan denk je nu toch meteen aan corona? Kuipers heeft zijn Atheneum-B behaald op de “Van der Waals” scholengemeenschap (huidige Amstel Lyceum) in 1977. Hij behaalde zijn artsexamen in 1987 aan de Universiteit van Amsterdam. We hebben dus nog gelijk op de middelbare school gezeten; bij de UvA kwam ik pas later: wel was ik bij een lezing van hem een aantal jaar geleden op een Universiteitsdag – voor alumni – over zijn tocht in de ruimte.
En, getriggerd door zijn opmerking over een LP die aan een docent werd gegeven; ik zie voor me een de hoes van een album waar mijn vader het jaartal van verschijnen op geschreven heeft:

Ik heb speciaal voor jou een stukje muziek van LP omgezet naar mp3.

Het is een magisch jaar geweest, 1973; daar moeten we nog eens op terug komen. Je kan overigens op zo’n LP-speler een tussenstukje zetten; je kunt er dan ook Singletjes mee afspelen; zorg wel dat je niet over je toeren gaat.

Even terug naar het bijzondere van mijn middelbare school: een docente Duits was daar Truus Bouman. Ik kende haar enigszins van de geloofsgemeente. Zie voor haar familie-historie ‘het geheugen van Oost‘. Het kan toch ook geen toeval zijn dat deze ex-medewerker van mijn middelbare school juist nu een boek heeft uitgegeven ‘Tweeduizend jaar apostolische veelkleurigheid – Zoektochten van bevlogen mensen‘. Ze introduceert het boek; volg de link naar YouTube.
Ik ben van plan het boek van Bouman te gaan lezen, of in ieder geval te kopen (als het niet te duur is – anders kan ik het altijd nog stelen). Ze geeft zelf aan in het filmpje op YouTube aan dat je het boek niet van a tot z hoeft te lezen. Ik ben benieuwd vanaf wanneer er van ‘apostelen’ wordt gesproken. Neem bovenstaande tekening van de Bergrede in gedachten; in mijn essay verwijs ik naar Fik Meijer die meldt:
“Ik vermijd met opzet het woord apostel (apostolos), een term die in latere christelijke gemeenschappen veelvuldig wordt gebruikt door Jezus’ vertrouwelingen, maar in de evangeliën veel minder voorkomt dan mathetès, het woord voor leerling, discipel.”
En daarmee is de cirkel weer rond; we zijn terug bij de leerlingen van Jezus, en daarmee bij (het) ‘onze vader’. Ik deel hier de versie in de Nieuwe Bijbelvertaling, in de typografie van Frits van der Meij. Luister daarbij naar de uitvoering door Mahlia Jackson, die ik hieronder heb opgenomen.
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Daarbij opgemerkt: in Zürich werd gezongen ‘Onze Vader, die in deez’ hemelen zijt’ geheiligd word’ Uw naam‘. Dus een transformatie van ‘de hemel’ / het onbestemde naar dichtbij, in mensen om je heen. Ik denk in lijn met de openingszin van het ‘Onze Vader’ in de ‘zegen van de twijfel’ (zie ook de amuse ‘niemand weet het‘): “Onze Vader, Die in al deze menselijke hemelen zijt“.
Er zijn ook uitvoeringen door Andrea Bocelli te vinden op YouTube; zoek daar “bocelli lord’s prayer”.
Wij hoorden het graag zingen in Zürich, in de jaren ’70. Om een sfeer-beeld te hebben, een foto die mijn vader gemaakt heeft, en die vele honderden malen vermenigvuldigd is:

We zijn ook wel eens met het gezin in de winter naar de bijeenkomst in Zürich geweest; het klinkt decadent; even een weekend met het gezin op en neer in de KLM DC-10, maar dat kon omdat mijn vader weer eens een prijs (!) had gewonnen.
Er is veel meer over te schrijven, denk maar aan de suggesties die mijn vader deed voor het gebruiken van liederen, zoals dat van ‘de 12 rovers’ – ik heb van mijn LP van Ivan Rebroff voor je opgenomen:
Het lied heet in de Zürich-mannenkoor-bundel ‘Gij zijt mijn troost‘; het refrein is:
Gij hoort mijn bede, o Vader,
nimmer laat Gij mij alleen,
Die mij terecht brengt, U nader
Gij zijt mijn troost als ik ween.