Ik verzin de titel van deze amuse niet:
En, gezien het grote aantal reacties op de vorige Amuse (Napraatpapegaai), zul je hier een herkenning heb: je ziet meteen de auteur Guus Middag. Het boek heb ik een keer toevallig gescoord; als ik het me goed herinner op het Amstelveld – bij een standje op Koninginnedag of zoiets. Er zit voor ieder wel wat wils in:
Je kunt wel raden waar mijn belangstelling voor nu naar uitging, met name gezien het feit dat we net op 12 augustus een Eclips achter de rug hebben; zie mijn foto’s daarvan:
Ik heb de foto’s gemaakt door eerste het plastic ‘glaasje’ uit een eclipsbril te snijden, en dat vervolgens voor een camera met zoomfunctie te houden;
Dus je hebt het goed ingeschat, mijn aandacht ging uit naar het artikel ‘Manebril‘ van Guus Middag.
Er wordt in het begin gerefereerd naar een oogarts die op een fiets rijdt, en waar iemand visueel de associatie legt van de oogarts met de fiets – de fiets vertoont met de 2 ronde wielen een parallel met een bril…
Uiteindelijk komt Middag uit bij een gedicht van Hans Dorrestijn. In de stijl van een woordenboek staat het lemma als volgt beschreven:
manebril [uitvinding van H. Dorrestijn, voor het eerst beschreven in de bundel
Positief genieten met Hans Dorrestijn, 1994], zwartkijker
Wie Hans Dorrestijn enigszins kent, herkent de typering zwartkijker.
Guus Middag refereert dan ook een tafereel dat eerst romantisch het over de maan heeft, maar waarin de ‘ik-persoon’ van het gedicht afgewezen wordt in de liefde. Dat heeft blijvende gevolgen voor hoe de ‘ik-persoon’ naar de maan kijkt, namelijk: liever niet. Het leidt zelfs tot de denkbeeldige uitvinding van de ‘manebril’. Guus Middag probeert zich voor te stellen hoe een manebril er uit zou zien. Hij heeft het in ieder geval over:
“Je zou, naar het voorbeeld van de eclipsbril voor zonsverduisteringen, van een maansverduisteringsbril kunnen spreken, maar dan wel met één belangrijk functieverschil: de manebril of maansverduisteringsbril is er niet om tijdens de maansverduisteringen mee naar de maan te kijken, maar juist om op alle ander momenten het zicht op de maan te verduisteren.”
En dan heb je zo van die perioden waarin je dingen niet meer kunt ont-zien (dat je het niet meer niet kunt zien). Van de feitelijke eclips op woensdag 12 augustus de verwijzing naar een eclipsbril bij Middag, en het op vrijdag 14 augustus zien van een van de grootste cruise-schepen die voor ons langs voer op het NDSM-terrein:
Je ziet de naam van het schip: Celebrity Eclips; zou deze speciaal voor 12 augustus naar Amsterdam zijn gekomen?
Om het beter te kunnen zien, hier even een geleende foto:
Er moet toch een bijzondere boodschap achter zitten, als elementen als een feitelijke eclips, een artikel in een boek en een voorbij varend cruiseschip zo kort achter zo sterk samenhangen. Dat zal toch niet zomaar een samenloop van omstandigheden zijn?
Geloof jij in dit soort signalen? Wat zou de boodschap zijn?
Ik denk terug aan de weekbrief voor 10 augustus 1999, naar ik reconstrueer geschreven door Monique van Strien:
“Op de dag dat ik deze regels schrijf staan de Europese media nog bol van de verhalen
over de komende zonsverduistering Als deze brief aan u wordt voorgelezen
is waarschijnlijk alle opwinding alweer achter de rug Zoals een van de commentatoren
opmerkte Zodra na de eclips de zon weer schijnt is alles gauw vergeten.
Dat is wel eens anders geweest Kennelijk maakte het spectaculaire onbegrepen
natuurverschijnsel in vroeger tijd zo n beangstigende indruk op mensen dat zij het
achterafin hun geschiedschrijving koppelden aan allerlei rampspoed“
Ik weet nog waar ik was die dag; op de camping bij Peschiera del Garda (Gardameer).
En jij?
======================================
Amsterdam, 21 augustus 2026






