Politieke partijen zijn moeilijk te typeren; vaak komt men niet verder dan een één-dimensionale typering op een soort kleuren-spectrum van links (groen, rood) naar rechts (blauw). Dit correspondeert grofweg met een sociaal / socialistische tot een liberale voorkeur. Dat dit problematisch is, wordt al duidelijk uit het feit dat je naast de traditionele liberale partij (VVD) ook iets hebt als links-liberaal (D’66). Je zou dus al snel een indeling in meer dimensies nodig hebben voor een goede typering, bijvoorbeeld weer te geven in een grafiek met een x- en een y-as; dan kun je op de x-as het traditionele ‘links – rechts’ weergeven, en op de y-as de liberaliteit. Of zo. Ik schets, pretentieloos:
Ik vermoed dat je eigenlijk al snel een meerdimensionale typering nodig hebt, waarbij de partijen ‘ergens’ in een virtuele kubus worden geplot. De derde, z-as, kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om zaken rondom opvattingen op het gebied van milieu, abortus, euthanasie of vreemdelingen inzichtelijk te maken. Zo’n meerdimensionale kubus – denk eens aan een Rubiks-cube – kan mogelijk inzichtelijk werken, maar vereist waarschijnlijk ook enige oefening, los van de vraag wat er precies op de verschillende assen ‘gescoord’ zou moeten worden. Ik nodig u uit om daar eens iets moois voor op te stellen. (1)
De laatste tijd is het politieke landschap aan verschuiving onderhevig; we zien meer en daardoor kleinere partijen. Daarmee samenhangend; kiezers zijn niet honkvast, en passen hun stemgedrag soms aan op een hype of een nieuwe persoonlijkheid. Ik heb het daarom ook over het Wilders-tijdperk. De persoon Wilders is enige tijd gezien als de exponent van verwoording van onlust en angst ten aanzien van ‘vreemdelingen’.
Hier wil ik verder gaan op het omgaan met het begrip ‘vreemdeling’. Waar we vroeger in onze onschuld zongen dat indien iemand mogelijk een vreemdeling was, we ‘gauw open moesten doen’ en ‘naar zijn naam vragen’ (sinterklaas-liedje), lijkt daar tegenwoordig toch iets veranderd te zijn. En dat komt niet doordat er protest te horen is tegen de traditionele sinterklaasviering…
Fokke en Sukke stellen bij een tekening in 2015: “Nuance ver te zoeken in maatschappelijk debat“:
In mijn bespiegeling over ‘vreemdeling’, gebruik ik hier het Bijbelboek ‘Ruth’. Ruth is het kortste Bijbelboek; als je dus toch al dacht dat je ’toch eens van de bijbel kennis zou moeten nemen’ is dit een prima start. Voor wie zelfs daar geen zin in heeft, geef ik hier een ultrakorte samenvatting weer, zoals verwoord in ‘Er was eens een God – Bijbelse vertellingen’ van Jan Blokker, Jan Blokker jr. & Bas Blokker (ik noem het voor het gemak de ‘Blokker-bijbel’):
“In Ruth lezen we hoe een Judese familie door hongersnood gedreven naar Moab vlucht, alwaar de twee zonen met Moabitische vrouwen trouwen. De mannen komen te overlijden en de mater familias besluit terug te keren naar Juda. Een van haar Moabitische schoondochters, Ruth, wil per se mee. ‘Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God.’ In Juda trouwt Ruth, na wonderschone verleidingsscènes in het veld en op de dorsvloer, met Boaz. Deze rechtschapen, vrome, trouwe man en vrouw zijn de overgrootouders van David. Vandaar, hoor je de schrijver haast denken, dat God met zoveel welgevallen op hem neerziet.” (2)
Voor een duiding van de veelzeggende thematiek die in dit kortste Bijbelboek wordt geraakt; zie het korte hoofdstuk van Nicolaas Matsier in zijn ‘De bijbel volgens Nicolaas Matsier‘. (3)
Als er iets van dit verhaal bekend is, dan is het wel de ontroerende scene waarin in Ruth Naomi weet te overreden dat zij met haar schoonmoeder mee wil, ondanks dat al bekend is dat ze de nodige moeilijkheden tegemoet zal gaan. Dit laatste is schitterend verwoord en gezongen door Stef Bos (4):
Het verhaal van Ruth is voor velen een inspiratiebron; zo bezocht ik enkele jaren terug in Landsmeer een plaatselijke uitvoering van een op Ruth geïnspireerde musical. Ook werd het lied c.q. de tekst van het ‘Lied van Ruth’ (Stef Bos) gebruikt in de landelijke paasbijeenkomst en daar uit voortkomende weekbrief nr. 14 in 2019; voor een breder publiek toegankelijk gemaakt in de volgende webpagina. (5)
Matsier (p. 211) noemt kernachtig een belangrijke thematiek in Ruth:
“In de Hebreeuwse bijbel is vruchtbaarheid, zowel die van mensen als die van de grond, misschien wel de preoccupatie bij uitstek.”
En ‘wordt er melding gemaakt van de hongersnood die het gezin van Naomi in beweging heeft gezet’ en ‘krijgt de lezer in hoofdstuk 1:22 te horen dat de gersteoogst net begonnen is’ (des te leuker om dit essay op Pinksterzondag te schrijven). Matsier vermeldt verder (p. 214):
“Het is een wonderbaarlijk spiegelpaleis, dit kleine boek. Gespiegeld worden hier land van herkomst en land van aankomst, immigratie en emigratie, autochtoon en allochtoon […]“
In dit kader rijst de vraag of we de volledige overgave van Ruth – “Waar u heen gaat, daar ga ik heen. Waar u woont, daar wil ik ook wonen. Uw volk is mijn volk, en uw God is mijn God” (6) – tegenwoordig ook verlangen van degenen die als vreemdelingen ons land binnen komen. Globaal gezien hebben we ontzag voor de overgave van Ruth, en je zou kunnen zeggen dat in het Lied van Ruth door Stef Bos ook wordt aangegeven dat deze volledige overgave nodig zal zijn om te overleven c.q. opnieuw een menswaardige leefomgeving op te bouwen.
“De vreemdeling en de bijbel” (7) – is een bundeling van elf bijdragen, ‘verschillend van genre en stijl, geschreven vanuit verschillende invalshoeken en met diverse bedoelingen’ (p. 9), met onder andere bijdragen van Anne van der Meiden, Fik Meijer en Huub Oosterhuis. Niet zonder toeval zal het zijn dat het Bijbelboek Ruth hier herhaaldelijk wordt aangehaald; evenals uitspraken van de politicus Geert Wilders… Ik noem hier enkele vermeldenswaardige passages.
Aansluitend bij het ‘spiegelpaleis’ van Matsier (zie boven) wordt in de bundeling (p. 14) in het kader van de Bijbel10daagse naar aanleiding van het ‘bekend en wellicht universeel verhaal van Ruth en haar schoonmoeder’ gesteld dat dit verhaal ‘glashelder aantoont dat je vreemd bent, of vreemdeling wordt, in het oog van de ander’.
“Wie niet naadloos past in de cultuur waarin zij leeft, is al snel aan het oordeel van de gemeenschap overgeleverd. Vreemd zijn is nooit een keuze op zich, maar altijd een gevolg van hoe anderen tegen jou en je daden aankijken.”
Daarbij merkt auteur Hans Jansen (p.17) op dat ‘de Bijbel er steeds vanzelfsprekend van uit gaat dat vreemdelingen niet dezelfde rechten hebben als ingeborenen’, en ‘dat vreemdelingen, of ze nu wel of geen hulp krijgen, zich hebben te schikken en aan te passen’. Het boek Ruth geeft een tegenstelling omtrent een huwelijk met een vreemdeling ten opzichte van andere bijbelpassages (Ezra, Nehemia, Exodus, Deuteronomium) waar huwelijken met vreemdelingen streng verboden worden (p. 18,19). Voor Ruth geldt dat zij een etnische vreemdelinge is, maar doordat ze aan bepaalde religieuze en culturele eisen voldoet ‘haar aanwezigheid niet langer verkeerd is’. Jansen stelt verder dat:
“De eisen die de auteur van het boek Ruth aan Ruth stelt gaan overigens veel verder dan de eisen die Geert Wilders aan de moslims in Nederland zou willen stellen. Geert Wilders eist slechts dat Moslimse vreemdelingen in Nederland bepaalde agressieve en bloeddorstige passages uit de Koran tot dode letter verklaren. De auteur van het boek Ruth eist daarentegen dat Ruth zich religieus (dit staat gelijk aan cultureel) met huid en haar aan haar nieuwe landgenoten aanpast. Er is niemand in het moderne Nederland die ten aanzien van de migranten zo ver gaat.
Jansen (p. 21) benadrukt echter dat:
‘Hoe je het wendt of keert, vreemdelingen zijn in de Bijbel niet populair. Over mensen van andere ‘stam’ en met een andere godsdienst is de Bijbel niet positief.’
en stelt hij verder:
“Maar de echte nekslag voor de ideologie van de multiculturele samenleving en de wens om vreemdelingen hun eigen rechtssysteem, bijvoorbeeld de sharia, geheel of gedeeltelijk maar te laten, geeft natuurlijk Exodus 12:49. Daar lezen we ‘Enerlei wet zij er voor de ingeborene en voor de vreemdeling’. “
Jansen lijkt hier een hedendaagse bevestiging in te zien, want:
“Dat komt dicht bij het ferme en glasheldere standpunt van Ahmed Marcouch, (toenmalig – red.) stadsdeelvoorzitter van Amsterdam-Slotervaart. Volgens hem heeft iedereen in Nederland de Nederlandse wet te respecteren, ongeacht zijn afkomst, zijn klederdracht, zijn theologie, zijn bloeddruk of zijn hobby’s.”
Waarschijnlijk wordt de opinie van Marcouch breed gedragen, want hij heeft het inmiddels tot burgemeester geschopt (Arnhem).
Analoog aan de door Jansen aangehaalde tekst uit Exodus zijn Numeri 9:14 en 15:16 en 15:29. Tzvi Marx is een andere auteur in de bundel ‘De vreemdeling en de Bijbel’; deze rabbijn geeft zijn artikel (‘een joodse visie’) de ondertitel “Maak de vreemdeling tot je naaste”. Marx gebruikt het citaat juist om aan te geven dat het “Enerlei inzetting zal voor u gelden, zowel voor de vreemdeling als voor de in het land geborene” anders uit dient te pakken. Hij plaatst dit in de context van de stichting van de staat Israël in de jaren na WOII. Dan leidt het juist tot de conclusie dat ‘niet-Joden, de vreemdelingen, alle rechten en privileges van zijn joodse burgers moesten krijgen’. (p. 91).
Dit lijkt in lijn met het standpunt dat Anne van der Meiden inneemt in zijn bijdrage ‘Het besmette beeld van de vreemdeling’. Hij sluit zich aan bij
“de opinie van J. Pedersen die in 1926 al over deze materie schreef. Volgens hem valt de relatie Israël-vreemdeling niet helder te isoleren uit de beschikbare gegevens om de eenvoudige reden dat de assimilatie van na de intocht door nieuwe generaties van Israël de gesloten identiteit van het volk danig vervaagd heeft.”
Daarbij is Van der Meide zeer beducht ‘voor de verwarring die ontstaat, wanneer je bijbelse gegevens losmaakt uit hun context en probeert over te plaatsten naar het hier en nu’. Hij schrijft (p. 64):
“Waarom wordt het verhaal van Ruth in onze tijd zo gemakkelijk opgevoerd om te laten zien hoe de ware verhouding tot vreemdelingen moet en kan zijn? Rond het huwelijk van Willem Alexander en Maxima, heeft menig predikant gretig naar het boek Ruth gegrepen om van Ruth een prinses en van de prinses Ruth te maken. Dit verhaal van de Moabitische vrouw, die haar land verlaat en en in een onbekend land een toekomst vindt laat zich kennelijk gemakkelijk overbrengen naar onze tijd en wordt toepasbaar geacht op mensen uit totaal verschillende culturen en morele systemen.”
En even later (p. 67):
“De vreemdelingen die onze cultuur binnenkomen zijn niet of nauwelijks te beschrijven met de termen die de Bijbel hanteert voor vreemdelingen.”
Ook de auteur Manuela Kalsky stelt zich in haar bijdrage – het slotartikel van de bundel – voorzichtig op. Zij herkent de zorgen van deze tijd (p. 118 – 119):
“Inderdaad is Europa in de afgelopen eeuw door het proces van globalisering en de daarmee verbonden migratie tot een continent van immigranten geworden. toch is de uitspraak Nederland is vol, eerder een uiting van ongenoegen dan een feit. Sinds de terroristische aanslagen in New York, Madrid en Londen, de moord op Theo van Gogh, de beveiliging van politici en andersdenkenden ende blijvende dreiging van aanslagen in heel Europa door extremistische aanhangers van de islam, is de stemming onder de bevolking ten aanzien van vreemdelingen, vooral moslims, vijandig. Men verlangt weer naar rust en vrede in eigen land, naar de spruitjeslucht van vroeger. Want al die etensgeuren nu, een tijdje geleden nog een uitdrukking van multiculturele rijkdom, ruiken zo vreemd. De veel geprezen tolerantie van Nederland is voor velen inmiddels een nachtmerrie. Lik op stuk beleid wordt gevraagd. Geert Wilders, de aanvoerder van de Partij van de Vrijheid, werpt zich op als de stem van het volk als hij roept: ‘Laten we de Koran verbieden.’ Een absurde eis van iemand die de vrijheid van meningsuiting hoog in zijn vaandel heeft staan en volksvertegenwoordiger is in een democratisch land waarin godsdienstvrijheid tot de grondrechten van elke mens behoort.” (8)
Kalsky pleit voor een duidelijke scheiding van kerk en staat. Ze verbreedt het zicht dat de Bijbel kan geven:
“Wijsheden uit alle levensbeschouwelijke tradities, seculier of religieus van aard kunnen daarbij als inspiratiebron dienen. Verhalen uit de Bijbel, de Koran, de Veda’s, de Thora, maar ook eigentijdse literatuur, gedichten, kunst, muziek en niet te vergeten verhalen van gewone mensen, van ‘oude’ en ‘nieuwe’ Nederlanders, kunnen richtingwijzers in je leven zijn.”
Ze sluit dan toch af met een zin uit de Bijbel die je misschien (weer) bescheiden, ootmoedig maakt:
“Behandel vreemdelingen die bij jullie wonen als geboren Israëlieten. Heb hen lief als jezelf, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte.” (9)
Daar zou nog meer over te zeggen zijn, zoals de parallel met de Babylonische ballingschap. Voor nu genoeg overwegingen. Voor de liefhebber mijn tip: lees de bundel ‘De vreemdeling en de Bijbel’.
PS: ik spreek over het Wilders-tijdperk omdat er momenteel een (schijnbare) verschuiving plaats lijkt te vinden in het rechts-populistisch spectrum; de opkomst van Forum voor Democratie onder leiding van Thierry Baudet lijkt een communicerend vat met de PVV. Echter de echte duiding daarvan zal pas over enige tijd mogelijk zijn.
=========================================
Noten:
1. Wiskundig gezien zou je ook meer dimensies kunnen gebruiken om politieke partijen te typeren, maar dat wordt lastig visueel voor te stellen – waardoor de kracht verloren gaat.
2. Uitgeverij Contact, 2010, Pagina 100. ISBN 978-90-254-2982-9
3. De Bezige Bij, 2011, Pagina 208 e.v. ISBN 9 789 023 462 699
4. https://www.youtube.com/watch?v=gSpIk3cmdNA
5. https://www.apgen.nl/levenskunst/wekelijkse-inspiratie/hoe-schep-jij-een-nieuwe-wereld/
6. Bijbel in gewone taal, 2014, ISBN 9 798 089 120 410
7. De vreemdeling en de Bijbel, 2007, Amsterdam University Press, ISBN 9 789 053 564 578
8. Merk op dat de aanslagen in Parijs en Brussel plaats vonden na het verschijnen van deze tekst.
9. Leviticus 19:34





