Geen Kinderboek (‘apostolisch gedoe’)

Wellicht kent u Guus Kuijer als schrijver van kinderboeken zoals ‘Met de poppen gooien’ of ‘Ik ben Polleke, hoor!’. Zijn werk werd bekroond met een Gouden Griffel en de Astrid Lindgren prijs.

Momenteel is hij bezig met de  hervertelling  van verhalen uit de Bijbel (met name van het Oude Testament). Hij wil de verhalen, die hij zelf als zeer bijzonder heeft ervaren, toegankelijk maken, en vertelt vaak op ironische toon in zijn serie ‘De bijbel voor ongelovigen’. Misschien dat er ook stiekem gelovigen zijn die zijn boeken lezen, of mensen die atheïst zijn of agnost. Om een indruk te krijgen hoe hij te werk gaat, en wat het hem doet, kun je naar het interview met Kuijer door Wim Brands kijken, in een aflevering van VPRO’s ‘Boeken’. Mocht de uitzending niet meer beschikbaar zijn, kijk dan voor een eerste stukje:

 

Waarschijnlijk bent u na het zien van het interview razend enthousiast geworden, en gaat deze serie boeken kopen (en lezen…). In deel vier komt in het 3e hoofdstuk (‘het verhaal van Jerobeam’) op pagina 226 en 227 het verhaal van de Jakobsladder aan bod; niet omdat het daar chronologisch past, maar als terugblik naar wat er eerder in de plaats van handeling Betel – wat iets betekent als ‘Gods huis’ – was gepasseerd: de geroemde droom van Jakob. Jakob had deze droom toen hij op de vlucht was voor zijn tweelingbroer Esau. Voor wie het niet paraat heeft, bij deze de tekst volgens de Nieuwe Bijbel Vertaling:

Jakobs droom in Betel

Jakob verliet dus Berseba en ging op weg naar Charan. Op zijn tocht kwam hij bij een plaats waar hij bleef overnachten omdat de zon al was ondergegaan. Hij pakte een van de stenen die daar lagen, legde die onder zijn hoofd en ging op die plaats liggen slapen. Toen kreeg hij een droom. Hij zag een ladder die op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhoog gaan en afdalen.

De liefhebber van de ‘Bijbel in gewone taal’ moet ik er op wijzen dat in die hertaling de aansluiting met ons erfgoed moeilijk wordt gemaakt, aangezien het daar niet over een ladder, maar over een trap gaat. En dat terwijl Jakobsladder zo’n ingeburgerd woord is! Voor de geïnteresseerden, zie het verschil:

Toen kreeg hij een droom. Hij zag een trap van de aarde naar de hemel. Hij zag engelen van God die de trap op liepen en weer naar beneden gingen.

Het lezen van de verwerking van Jakob’s droom door Kuijer, is slecht als losse tekst te lezen. Het is immers een zijstap in een lopend verhaal. En zeker degene die niet gewend is aan de toon van Kuijer kan in verwarring worden gebracht. Na deze waarschuwingen vindt u de passage toch hier:  Jakobs-ladder bij Guus Kuijer

‘Jakobsladder’ is een woord met impact, en wordt voor heel verschillende zaken gebruikt, zoals bijvoorbeeld voor deze bloem: Jacobsladder - Bloem - Wikipedia

of een elektrisch verschijnsel: Jacobsladder - elektrisch verschijnsel - Wikipedia

Kijk verder op Wikipedia voor nog meer zaken waar Jakobsladder als aanduiding voor gebruikt wordt. Opmerkelijk genoeg wordt onder het lemma Jakobsladder niet verwezen naar het feit dat dit verhaal (Genesis 28: 11-12) inspiratiebron was voor het muziekstuk ‘Nearer, My God, to Thee; dat is een Engels christelijk hymne, die onder meer bekend is omdat het het laatste muziekstuk was dat door de muzikanten van de Titanic gespeeld zou zijn.

Titanic - Nearer my God to Thee

Om er even in te komen hoe de melodie daarvan is, hier een uitvoering door een Mormonen-mannenkoor.

 

Nadat u hiervan genoten hebt, vervolgen we dit essay met de verwijzing van Jakobsladder naar de gelijknamige roman van Maarten ’t Hart. In deze roman weet de auteur met een flink aantal motieven de lezer te raken (schuldgevoel, boetedoening, mogelijkheid tot contact, voorbeschikking, persoonlijke ontwikkeling/zoektocht, plaats van geloof, …). De cirkel naar de titel wordt op de laatste bladzijden expliciet rond gemaakt. Daarvoor (pagina 214) is er een van de dialogen tussen de hoofdpersoon – Adriaan Vroklage – en zijn opa. Zijn opa is als een soort vervangend vaderfiguur, met wie je over alles kunt spreken, en die veel weet van de geschiedenis van scheuringen en splitsingen in de kerk. Adriaan Vroklage is een tijd bij de marine geweest, en heeft onder andere in Den Helder gewoond, als onderdeel van zijn boetedoening en speurtocht naar zijn plek in de wereld. Zo barst hij  op pagina 213 los: “Ik begrijp niet waarom ik er ben”, en “Het heeft ook geen zin om erover te praten”, “het is allemaal even dwaas, allemaal belachelijk, idioot”. Aansluitend staat er op pagina 214:

“Neem nou alleen al die kerkgenootschappen. In Den Helder heb je twee Apostolische kerken. Wat is dat toch, die Apostolische kerk?”

Waarop opa vertelt:

“O jongen, dat is zoiets prachtigs. Dat apostolische gedoe is in de vorige eeuw in Engeland ontstaan. De stichter was, min of meer, Edward Irving. Ergens rond 1830 las hij in Efeziërs 4 vers 8 en vers 11 dat Christus ons apostelen, profeten, evangelisten en herders geeft. Op grond van die tekst meende hij dat de kerk al eeuwenlang het apostel- en profeetambt had verwaarloosd. Dus benoemden Irving en zijn volgelingen zichzelf tot apostelen en profeten en begonnen overal rond te bazuinen dat zij door God geroepen waren en dat iedereen zich bij hen moest aansluiten. Als spoedig was het een hele beweging geworden, ook buiten Engeland. Sindsdien zijn ze in minstens tien verschillende richtingen gesplitst die elkaar allemaal naar het leven staan. Katholiek Apostolisch, Hersteld Apostolisch, Nieuw Apostolisch. Enzovoort. In ruim honderd jaar! Meer dan tien splinternieuwe kerkgenootschappen – is het niet geweldig?”

Tot zover het citaat uit De Jakobsladder.

Kort gezegd komt bij ’t Hart het beeld naar voren dat:

  • splitsen een gemakkelijker proces is dan weer samenkomen / samenvoegen.
  • splitsen vaak gedreven lijkt door de wens tot het behoud van of een bekend ritueel (niet het gebruiken van losse bekertjes bij het avondmaal), of van oude/bekende liedteksten.