Rutger Hauer

Het zal u niet ontgaan zijn dat vorige maand Rutger Hauer is overleden. Nu hoef ik hem niet te introduceren, aangezien een ieder wel iets van zijn werk als acteur heeft gezien in een van de vele films waarin hij speelde; of het nu gaat om Floris, Turks Fruit of Soldaat van Oranje of een van de vele andere films. Zijn oeuvre is veel te groot om hier te memoreren. Ik noem twee films die me laatst in gedachten kwamen, namelijk Spetters en Max Havelaar.

Ik was laatst in filmmuseum Eye, om daar de film “Claire’s Camera” te zien; een film die zich afspeelt in de film-wereld…

Dat was op de dag dat in Amsterdam de Gay-pride was (geweest); zie over dat laatste ook de amuse ‘Wordfreud‘. Het was een mooie zomeravond, en langs de waterkanten werden de boten van de parade afgebouwd.

De Eye toonde diezelfde avond ter gedachtenis van het overlijden van Hauer nog eens de film Spetters, voorzien van een inleiding bij de film; dat zal een kleine 40 jaar na verschijnen wel nodig zijn geweest. Een bijzondere samenloop om juist die film op de dag van de Gay-pride weer te tonen? De film gaat, kort gezegd, over:

[…] volgen de levens van drie jongeren uit de provincie die gek zijn op motorcrossen en op Fientje van de rijdende patatkraam ‘De Happies-hoek’. Het resultaat is een rauw portret van Hollandse jongeren die zich het liefst verplaatsen op brullende motoren, achteloos seks bedrijven en vermeende homoseksuelen probleemloos in elkaar slaan.

Zie de trailer op Youtube.

Ik was 16 jaar toen de film uitkwam; het was niet het soort film waarvan ik de behoefte voelde om die na afloop thuis nog eens gezellig met mijn ouders te bespreken; als ik al überhaupt verteld heb dat ik naar die film was geweest… Nu was het sowieso een roerig jaar, denk maar aan de kroning van Beatrix. Ik denk dat het jaar een keerpunt was.

De andere film waar ik aan moest denken na het overlijden van Hauer, was ‘Max Havelaar‘; ” […] een Nederlans-Indonesische speelfilm uit 1976 van Fons Rademakers, naar de gelijknamige roman van Multatuli, pseudoniem van van Eduard Douwes Dekker.” Het toeval wil dat we die hebben gekeken in het voormalig filmmuseum, in het Vondelpark

Hauer speelt in deze geen hoofdrol, maar wordt opmerkelijk genoeg wel bij de hoofdrol-spelers genoemd. Wij hadden van te voren ‘de’ Max Havelaar van kaft-tot-kaft gelezen; vaak wordt er alleen kennis genomen van het verhaal van Saïdja en Adinda. De roman zit geniaal in elkaar en het is een verrijking om kennis te nemen van een analyse als u het nog eens wilt (her)lezen.

Bij zo een groot werk is het des te leuker als je het dan ook nog in het theater kunt zien: wij hebben Jos Brink in Carré zien spelen; magistraal.

En, geweldig hoe Brink aan de emancipatie van homoseksualiteit heeft gewerkt: ‘hij sprak zich openlijk uit over zijn homoseksuele geaardheid en heeft zich altijd sterk gemaakt voor de acceptatie ervan‘. Ik denk wel eens dat zijn nuchtere en ontspannen werken, en populariteit, minstens zoveel gedaan hebben als een enkele Gay-pride (en ja, ja, oké: het is complementair en nog steeds nodig enzovoort).

Nu had ik in die tijd wel meer met Eduard Douwes Dekker; zijn buste staat op plek vlak bij waar hij gewoond heeft. In gedachten zie je hem dan over de Singel lopen. We keken er bij de universiteit (vanuit het P.C. Hoofthuis) op.

Wie denkt er nog aan Multatuli ( = ‘ik heb veel geleden’) als je over Eduard Douwes Dekker hoort? Bijvoorbeeld als het naar hem vernoemde bejaardenhuis als adres wordt opgegeven? Waarschijnlijk kijken we wel vaker over hem heen, zoals dreigde te gebeuren bij onderstaande foto:

https://unsplash.com/ zoek ‘Amsterdam’

Hier moet je echt inzoomen om door te hebben dat je over de Singel naar de achterkant van Multatuli kijkt:

Waarschijnlijk herkent u deze foto nog wel; hij werd immers gebruikt bij weekbrief nr. 5, voor 10 februari 2019. Die ochtend hadden we gemeenschappelijk dienst in ‘Groots-Amsterdam’-verband. Dat kan toch geen toeval zijn (‘is er meer tussen hemel en aarde?’); Slotervaart, Noord en Watergraafsmeer samen (in Slotervaart). We eindig(d)en de Groots-Amsterdam dienst in de regel met het zingen van ‘Aan de Amsterdamse grachten‘: voor Noorderlingen natuurlijk van belang om ook het 2e couplet te zingen.

Maar even terug naar genoemde weekbrief; naast andere bronnen, wordt verwezen naar de (Amsterdamse) Anne Frank, die – kijkend naar de foto boven – een paar grachten ‘naar rechts’ woonde; waar op de Prinsengracht het Anne Frank-huis is. Toepasselijk voor een weekbrief met de titel “Het huis van morgen is het huis van vrede“.

Tijdens de dienst stoeiden de voorgangers van die ochtend (Willekers, Koornstra) enigszins met een goede formulering van de ‘gouden regel’, zoals verwoord door Jezus en te vinden in het nieuwe testament bij Mattheus en Lucas. Dit waarschijnlijk getriggerd doordat er in de brief 2x gerefereerd wordt aan de ‘gulden snede’. Ik heb ze daarom na de dienst geattendeerd op de ‘platina-regel’; zie het betreffend essay op deze site.

Nu heeft u ondertussen misschien wel het gevoel dat we wel wat zijn afgedwaald van het oorspronkelijke onderwerp van deze amuse: dat zou zomaar kunnen kloppen, want ik heb dat gevoel ook. Nu is mijn fles ook bijna leeg, dus een mooi moment om te stoppen.

Ik blijf nog even piekeren over de aanbeveling die Anne Frank doet in het in de weekbrief aangehaalde citaat:

Hoe mooi en goed zouden alle mensen zijn als ze elke avond voor het inslapen zich de gebeurtenissen van de hele dag voor de ogen riepen en dan precies zouden nagaan wat goed en slecht is geweest aan hun eigen optreden. Onwillekeurig probeer je dan elke dag weer van voren af aan je te verbeteren, allicht dat je dan na verloop van tijd heel wat bereikt. Dit middeltje is voor ieder te gebruiken het kost niets en is beslist erg nuttig.”

Met deze strekking sloten we vroeger de dag af met onze kinderen; samen bij het bed voor het slapen gaan. Is dat iets van vroeger?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.