Dit jaar won ‘Nederland’ het Songfestival, of misschien beter gezegd de Nederlandse afvaardiging in de persoon van Duncan Laurence met zijn ‘song’ (lied) Arcade. Als ik zie hoe Duncan zich als persoon opstelt, en bescheiden blijft, lijkt hij me een terechte winnaar. Over de vraag of hij muziek- en zangtechnisch de terechte winnaar is heb ik geen mening; daarvoor heb ik te weinig kijk op de zaak. Ik ben blij dat ik door mijn omgeving af en toe betrokken wordt bij wat er in de wereld gebeurt, zoals dat de Apostel melding maakte van Duncans overwinning in Weekbrief voor zondag 26 mei en 2 juni 2019, nr. 16 (publieksversie, volg de link: aandachtig en respectvol leven‘).
Mogelijk heeft u wel een mening hierover, of bent u gewoon verheugd dat het Songfestival volgend jaar naar Nederland komt. Net als de Formule-1 race, met als grote publiekstrekker Max Verstappen. 2020 belooft een geweldig jaar voor Nederland te worden, voor zover je de toekomst kunt voorspellen 😉 Ik stel alvast voor om een speciale naam aan het jaar te geven: mijn voorstel is ’20 jaar na 20 eeuwen’.
Om in de sfeer van het Songfestival te blijven: persoonlijk ongemak van mij is dat ik al van jongs af aan wat wereldvreemd ben, met name waar het populaire muziek betreft. Dus wat schetste mijn verbazing toen ik zo’n 45 jaar geleden voor een klassenfeest – ter afsluiting van een meerdaagse schoolreis op de lagere school – benaderd werd door wat medeleerlingen om samen de popgroep Abba te imiteren. Abba was toen waarschijnlijk populair omdat ze het Songfestival 1974 hadden gewonnen met ‘Waterloo‘. Ik zou niet te veel zoeken achter de titel van het lied, hoewel een van de lead zangeressen (vraag me niet wie wie is) jarenlang flink in een depressie raakte. Wie zou dat voorspeld hebben met al die roem en rijkdom? Feit is – in de verwoording op Wikipedia:
“Hun optreden zorgde voor een volledige stijlbreuk met de ‘dramatische ballades’-traditie waarmee het songfestivalpubliek toen vertrouwd was.”
Vraag me ook niet welke van de zangers ik geacht werd te imiteren tijdens ons schoolreis-feest. Zo diepgaand was dus mijn ‘Abba-ervaring’. Interessanter is om even stil te blijven staan bij ‘abba’. Dat is bij de popgroep een samenstel van de eerste letters van hun voornamen.
In de bijbel komen we ‘abba’ ook tegen, met name in een Vader – zoon relatie. Neem het vers Marcus 14:36
Hij zei: ‘Abba, Vader, voor u is alles mogelijk, neem deze beker van mij weg. Maar laat niet gebeuren wat ik wil, maar wat u wilt’.
Met Pasen en de ‘stille week’ niet zo heel ver achter ons kunnen we deze woorden makkelijk plaatsen. Als ik even snel in mijn Bijbel-app kijk, zie ik ook ‘abba’ verwijzingen naar Galaten 4:6 en Romeinen 8:15.
Wat vaak niet zo belicht wordt, is de specifieke relatie die Jezus ervaren zou hebben tot zijn Vader, de schepper. De Nijmeegse hoogleraar Edward Schillebeeckx schreef daarover, bijvoorbeeld in zijn boek ‘Jezus – het verhaal van een levende‘. Ik raad u aan om op Wikipedia nog eens de moeizame relatie van Schillebeeckx met de Rooms-katholieke kerk na te lezen, maar dat terzijde.
Fragmentarisch geef ik hier enkele beschrijvingen c.q. typeringen weer die Schillebeeckx benoemt aangaande Jezus die het woord abba bezigt:
‘”Abba” als gewone, ‘profane’ gezinsterm voor de aardse vader, wijst voor joden vooral op het vaderlijk gezag; vader is gezagdrager, die volmacht heeft, tegenover wie kinderen piëteit en gehoorzaamheid verplicht zijn. Vader is ook degene die zorgend en beschermend bij de zijnen, het gezin aanwezig is, en voor alles in de bres springt, en hij is raadgever.’
‘ … Jezus’ bidden tot God als Abba de on-conventionele manier van Jezus’ omgang met God, de ongedwongen vanzelfsprekende eenvoud ervan …’
‘… Jezus, in tegenstelling tot het courante gebruik in zijn tijd, de familiale term ‘abba’ gebruikt in zijn toespraken tot God …’
‘… dat Jezus’ ter sprake brengen van God als heil voor de mens zijn onmiddelijke bron heeft in zijn persoonlijke beleving van de werkelijkheid van God, die hij op een voor die tijd opvallende, eigen wijze “Abba” noemde , een begrip ontleend aan het joodse familiale leven in die tijd.’
‘… de wortel van elk werkelijkheids- en ervaringsgehalte van een religieuze ervaring gelegen is in de schepselijke status van ons eindige menszijn …’
Rest mij nog de vraag:
Wanneer had jij voor het laatst een abba-ervaring? Een religieuze ervaring in het besef van ons eindige menszijn?


