Ironie

Stine Jensen schreef een column op zaterdag 14 januari 2023 in het NRC (in Amsterdam heet de krant nog ‘het NRC’, want de krant heette eerst ‘NRC Handelsblad’ – waarbij ‘het Handelsblad’ de Amsterdamse inbreng in het fusieproduct ‘NRC Handelsblad’ was) een column met als titel “Waarom herkennen we ironie niet meer?“.

Stine Jensen op nrc.nl

Ik denk dat Stine geen introductie behoeft, kijk anders maar op haar site of Wikipedia. De betreffende column heeft als titel “Waarom herkennen we ironie niet meer?“. Ik vind het vervelend om te constateren, maar Stine herkent zelf ‘ironie’ niet goed. Nu vind je dat misschien wat aanmatigend; Stine is immers een geleerd en gevierd filosoof, die toch niet zomaar wat zal schrijven? Ik moet mijn stelling dus onderbouwen.

Laat ik vooropstellen dat ik het met een aantal punten die ze persoonlijk naar voren brengt niet oneens ben, of zo. Zoals:

Ironie is misschien wel een van de lastigste stijlvormen van deze tijd. En ik mis die, want ik hou van de ironie.”

en:

In tijden van een ironiecrisis dient zich het ene na het andere misverstand aan.”

Maar die laatste zin vind ik al lastig: ‘een ironiecrisis‘. Zitten we daar nu midden in? Sinds wanneer? En ‘een’ doet vermoeden dat deze wel vaker optreden? Zo ja, wanneer was dat nog meer het geval?

Een soort gelijk probleem doet zich voor bij haar analyse:

“Waarom herkennen we ironie niet meer en worden grappen zo ‘moeilijk’ gevonden, zo letterlijk gelezen? Ik denk dat het mede te maken heeft met de leescrisis.

Wat is ‘de leescrisis’? Sinds wanneer is die er? Worden er minder boeken verkocht (los van de vraag of die allemaal gelezen worden – dat is van alle tijden)? Is het een algemeen onderzocht en geaccepteerd fenomeen, deze crisis?

Je zou kunnen zeggen dat Stine wel heel erg generaliseert, zonder het begrip ‘crisis’ goed te duiden.

Daarnaast gebruikt ze het woord ‘ironie‘ onterecht voor een situatie waarin sprake is van een ander fenomeen. Ze schrijft in haar column:

Het meest betreurde ik de ophef rondom een spotprent van Jos Collignon. Twee jongens gaan er met een wapperende Marokkaanse vlag op een scooter vandoor met de wereldbeker, en laten FIFA-directeur Infantino verbouwereerd achter. Ik moest er meteen om lachen, vond het een geestige omkering van stereotypen met een vette knipoog: de ware boef, dat is Infantino, deze jongens, vaak getypecast als slecht, krijgen hier juist de guitige glansrol.”

Ik ontleen aan het Twitterbericht van Collignon:

Ondertussen is er ook een variant van deze spotprent

Jensen vervolgt: “Maar het werd een kwestie van jewelste: enkele medewerkers van de Volkskrant voelden zich gekrenkt, de hoofdredacteur trok daarop de cartoon terug met het argument dat de grap ‘moeilijk te begrijpen’ was.

Stine heeft het niet over een belangrijker discussie die zich rond deze spotprent ontvouwt, namelijk dat de ster op de vlag van de bromfietsrijders een Davidster is. Deze heeft namelijk 6 puntige hoeken, in tegenstelling tot de Marokkaanse vlag, die er vijf heeft… Dus 2 Marokkaanse – islamitische – jongens met een vlag met een Davidster. Het ironische – en pijnlijke – is dat de tekenaar zelf dit niet wil onderkennen, blijkens zijn vervolgtweet.

Op Wikipedia staat de Marokkaanse vlag:

Marokkaanse vlag is vijfpuntig

Je ziet dus vrij eenvoudig dat deze vijfpuntige ster niet op de vlag van de brommer-rijders staat… Triest dat de tekenaar dit niet wil toegeven. Persoonlijk had ik een andere escape gekozen: ik zou gezegd hebben dat ik per ongeluk een oude vlag van Marokko had gebruikt, zie hetzelfde Wikipedia-artikel:

Blijkbaar heeft Marokko in het verleden wel een zespuntige ster op haar vlag gehad.

Waarschijnlijk ben je de draad al kwijt, maar waar het me om gaat, is dat bovengenoemde affaire met de Volkskrant en de van hun site gehaalde – wel in druk gepubliceerde ! – spotprent géén ironie betreft, zoals Stine Jensen suggereert.

Wat het wel is, wordt goed uitgedrukt in één van de vele ingezonden brieven – in dit geval door Piet van den Boom uit Den Bosch – bij ‘de Volkskrant’

“Is dit de verantwoorde weergave van een historisch feit? Nee, het is namelijk geen journalistiek. Het is satire. En daarvan is de conventie: neem het met een korreltje zout, trek de lange tenen in en voel je niet direct gekwetst; kijk maar even goed, denk na en grinnik (desnoods zuur). Satire is bijna nooit leuk voor iedereen“. (onderstreping door mij, HvB).

Punt is dat we satire blijven onderscheiden van ironie.

Verder is er natuurlijk veel en mooi werk van Jensen. Ik krijg de indruk dat ze tegenwoordig wat minder publieksoptredens heeft, maar zich meer toelegt (beperkt tot?) het schrijven van boeken. Op haar eigen site staat bij televisie al enige tijd geen nieuw optreden, en onder agenda de laatste presentatie c.q. gesprek/dialoog op 23 december 2020.

Vlak daarvoor heeft ze nog een sessie gehad voor Iederal, op 15 december 2020. Ze heeft meerdere sessies voor Iederal gehouden, zie bijvoorbeeld de aankondiging uit 2020:

Mooie titel!

De media-stilte rondom Jensen wordt bevestigd door de huidige agenda van Iederal, waar ze nu niet op het programma staat. Mocht je toch interesse in een zingeving-event hebben, kijk dan naar andere sessies bij Iederal; wat mij aanspreekt is die met de aankondiging: “Dankbaar, het nieuwe gelukkig zijn. Inspireer elkaar tijdens dit gespreksdiner“. De sessie is op 21 december 2023, dus we hebben nog even om voor die tijd te oefenen in dankbaarheid…

——————————————–

Amsterdam, 15 januari 2023

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.