A. Meelker gebruikt in haar weekbrief voor zondag 15 juli 2018 (nr. 24) een gedicht van Remco Campert waarin een hangmat als ideale plaats tussen hemel en aarde in gedachten wordt genomen. Helaas gaat het beoogde gebruik niet door, want het regende.
Even later is de hangmat ook een plaats waar je opnieuw verbinding kunt maken.
Nu is er over ‘hangmat’ nog wel wat te melden vanuit historisch taalkundig perspectief. Het wordt genoemd als voorbeeld van volksetymologie.
Op de universiteit had ik Marlies Philippa als een van de bevlogen en erudiete docenten, die onder andere heeft meegewerkt aan de serie ‘Wat een taal’. In een inleidend artikel daarin licht ze toe: “Bij volksetymologie gaat het niet om ‘volkse’ woordverklaring of -geschiedenis, maar om een bepaald type woordvervorming.”(p. 8 in het boekje ‘Het verleden’ van genoemde serie ‘Wat een taal’). In een kort artikel met ‘Volksetymologie’ als titel in datzelfde boek (p. 40) wordt de ontwikkeling van het woord hangmat weergegeven. Ik citeer:
“Veel duidelijker nog is de volksetymologie met een betekeniselement in het woord ‘hangmat’, een uitermate doorzichtig woord naar het schijnt: een soort mat; een net of een zeil, dat je ophangt en waarin je kunt gaan liggen. Maar enkele eeuwen geleden was het een hangmak en nog iets eerder noemde men het een hammak. Veel minder doorzichtig. Het lijkt geen Nederlands meer. Dat is het dan ook niet. Het komt uit het Spaans. Hamaca heet het daar en het betekent het scheepskooi of hangmat. Misschien is het woord rechtstreeks uit het Spaans in het Nederlands gekomen, maar het kan ook via het Frans – hamac – zijn gegaan.
Grappig is het hoe zo’n woord van de ene naar de andere taal kan verhuizen. Want het is ook geen origineel Spaans woord. De Spanjaarden hebben hun hamaca weer uit Haïti gehaald. In het Engels is het als hammock terecht gekomen. En toen het in Nederland via hangmak ‘hangmat’ was geworden, hebben wij het weer geëxporteerd naar Scandinavische landen (hengematte/hängmatta). Dat is gebeurd in onze Gouden Eeuw, rond 1680, toen ons land als zeevarende natie flink wat te betekenen had.”
Het gebeurde wel dat ik – ik was deeltijdstudent – voor mijn werk bij de faculteit op de diverse locaties in de binnenstad van Amsterdam moest zijn, en ik dan tussendoor even ging proefliggen in ‘De hangmattenwinkel’ op de gracht. Op mijn werk aangekomen keken mijn collega’s dan wat glazig als ik vertelde wat ik in werktijd had gedaan. Maar ja, het was ook de tijd dat ik in korte broek naar mijn werk ging, als het erg warm was…
Een aantal jaren later, tijdens de bevalling van ons eerste kind – zoon Caspar – heb ik aan Claudia een cadeautje gegeven; dat was bedoeld als ‘afleiding’ tijdens de soms zeer hevige momenten van weeën… Dat cadeau is de kleine (baby)hangmat waarvan u boven een foto ziet…
