Lieve lezers, er zijn weer de nodige reacties gekomen op de vorige amuse, “Een twijfelachtige week“. Sommigen deelden hun twijfel of met het einde van de zomertijd nu de klok een uur vooruit of juist achteruit gezet moet worden. Anderen vroegen zich af of dat veranderen van de kloktijd per se midden in de nacht dient te gebeuren, om te voorkomen dat je in de verkeerde tijd zou leven. Het liefst leven we in de ‘welaangemane tijd’. Vind jij dat we in een ‘welaangename tijd’ leven? Misschien dragen daar aan bij:
- Gezondheidszorg, inclusief ongelooflijk snel ontwikkelde vaccins
- Schoon drinkwater
- Beschikbaarheid onderwijs
- Infrastructuur; wegen, water en spoor; mobiliteit
- Communicatie mogelijkheden en middelen
- Democratie en samenwerking in Europa, vrijheid van meningsuiting en samenkomen
- Een doordacht juridisch systeem, een vrije pers
- Zinvolle tijdsbesteding, maatschappelijke betrokkenheid
- Liefdevolle relaties
- …
En ja, niet alles is perfect; hebben we nog iets om na te streven 😉
En daar kunnen we druk mee zijn; wat we in ons persoonlijk leven, aan relaties, gezondheid en welvaart willen bereiken.
In de periode zo na de herfstvakanties, en het weer zetten van de ‘wintertijd’ is het goed om weer eens bij dat soort zaken stil te staan. Het inbouwen momenten van rust, genieten en bezinning. Dick de Vos verwoordt dat schitterend in (YouTube): “Je bent opgenomen in iets dat groters is dan jij“:
“Je ziet dat heel veel mensen een heel jachtig leven hebben. Dat is volledig ingevuld. De dag is druk. En ’s avonds heb je ook nog weer dingen te doen. Voor je het weet is de dag voorbij, is de week voorbij en is misschien je leven wel voorbij. Dus je hebt momenten nodig dat je dat rustpunt weer vindt.”
Kijk dat filmpje van nog geen 3 momenten eens.
Neem tijd voor bezinning – en, wellicht: ‘gezonde’ twijfel.
Anders dan het soort twijfel dat ik ook ken. Bijvoorbeeld over wat ik las in een mailing van de gemeente Amsterdam over de herinrichting van een buurt, “Start van buurtinitiatief Operatie Dirk“:
“We starten met voorbereidende werkzaamheden, waaronder het verwijderen van asfalt met fietsnietjes en paaltjes. Bij de fietsnietjes wordt eerst een tijdelijk verkeersbord en een parkeerverbod voor tweewielers geplaatst.”
Nu zou je denken dat een stad die autoluw wil zijn, juist wel wil dat je fietst, en dat er geen sprake is van ‘fiets-niet‘. Het blijkt echter dat ik het verkeerd begreep; het gaat om een Fietsenrek met beugel:
In bedrijf is het “Fietsenrek met antislipbeugel” beter te begrijpen:
Er een paar dagen over peinzend, snapte ik de bron van mijn verwarring: een ‘nietje’ is immers een klein dingetje; schaal van een centimeter. En het fietsnietje is daarmee vergeleken niet zo klein: schaal van een meter! Dus mijn beleving van het verkleinwoord ging daarmee op de schop. Dat was namelijk dat het verkleinwoord ook relatief iets kleiners aanduidt, zoals ‘olifantje‘.
En nee, ik gan niet in discussie of een Aziatisch olifantje in Blijdorp geboren kan worden – of dat het dan een Rotterdams olifantje zou zijn.
Maar wel vraag ik me af of het aan mij ligt als ik twijfel over een zin – in genoemde tekst van de gemeente Amsterdam:
“De invalide parkeerplaatsen komen dichterbij de ingang van de winkels.“.
Zijn dat gebrekkige parkeerplaatsen? Of wordt eigenlijk bedoeld meerdere parkeerplaatsen voor invaliden (meervoud)? Een invalide-parkeerplaats kan natuurlijk wel, maar dan is het er maar één.
En, twijfel niet: ik wens je een welaangename tijd.
——-
Amsterdam 28 oktober 2022




Dus blijf lekker fietsen.