Beantwoord de volgende denkbeeldige vraag: exostolisch is:
- een ex-apostolische.
- een apostolische die geëxcommuniceerd is.
- een apostolische op een andere planeet.
Ik ga hier in op de vraag omtrent leven op een andere planeet dan ‘onze’ Aarde, kortweg exoplaneten genoemd. Aanleiding is het gebruik van een kinderkoorlied in weekbrief nr. 20, voor zondag 7 juli 2019. Het betreft het eerste couplet van kinderkoorlied 2 (‘Dat ik besta’), in zijn reguliere vorm:
Als ik ’s avonds in het donker
naar de sterren sta te turen,
word ik altijd stil vanbinnen
en dat kan wel uren duren.
Is er leven rond die held’re ster?
Tja, dat weet ik niet; ’t is heel erg ver.
Apostolisch Genootschap publiceert op haar website een variant van deze brief voor ‘wekelijkse inspiratie’ voor een groter publiek. In dit geval ontbeert die ‘publieksversie’ bovengenoemd couplet.
Een zeer mooie inleiding rondom de problematiek of er leven in het heelal is, c.q. welke bouwstenen voor leven er – buiten onze aarde – gevonden zijn, geeft Ewine van Dishoeck (volg die link naar een uitzending in een serie over Spinoza-prijs winnaars). Het bestaan van suiker en alcohol is al geconstateerd bij zeer verre (zich nog ontwikkelende) sterren.
Een latere korte inleiding is gegeven in het kader van de Universiteit van Nederland; ‘Waarom moet er buitenaards leven zijn in de buurt van Jupiter?’.
Ook is er een uitzending van de Universiteit van Vlaanderen die vergelijkbaar over dit onderwerp gaat; ‘Bestaan er buitenaardse wezens?’.
Voor de liefhebber van een traditioneel boek is er:
Dit boek belicht de vraag over het mogelijke bestaan van leven op andere planeten vanuit de volgende aspecten:
a. Natuurkundige (en scheikundige) processen zijn overal in het heelal hetzelfde.
b. Het heelal bestaat al heel lang en is zeer uitgestrekt.
c. Er zijn al duizenden mogelijke exoplaneten (planeten waar in principe leven mogelijk is) ontdekt.
d. In het heelal zijn al eenvoudige moleculaire structuren gevonden, zoals alcohol en suiker (zie het werk van Ewine van Dishoeck).
De geconstateerde aanwezigheid van elementen die nodig zijn voor leven zoals wij dat kennen, in combinatie met het grote aantal mogelijke planeten waar leven op kan zijn (exoplaneten) en de ‘simpele’ condities waarin in prebiotische structuren kunnen ontstaan (hitte, elektrische ontlading en dergelijken) leiden tot de aanname dat de kans vrij groot is dat er een vorm van leven is elders in het heelal. De vraag spitst zich dan toe op de mate van ontwikkeling / intelligentie van het leven elders.
Het bestaan van eenvoudig leven wordt met vrij grote mate van zekerheid verondersteld. Verder ontwikkelde vormen van leven zijn al een stuk onzekerder, laat staan een met menselijk leven vergelijkbare vorm (intelligent, communicatief et cetera). De kans dat we (ver) in het heelal een apostolisch iemand vinden is verwaarloosbaar; let wel, dat geldt net zozeer als het niet vinden van liefhebbers van de hengelsport, Italiaanse wijnen of sudoku’s. Dus geen exostolisch persoon ‘daar in de ruimte’, lijkt me.
Problemen die zich voordoen bij het ‘vinden’ van dergelijk leven zijn onder anderen de afstanden; het licht (dat met de grootst bestaanbare snelheid reist) doet er 4 jaar over om bij of van de dichtstbijzijnde ster te komen (afgezien van onze eigen zon; dat duurt iets meer dan 8 minuten). Het licht reist een paar miljoen jaar om bij de volgende Melkweg te komen. Ter vergelijking: dat zijn tijden die veel langer zijn dan dat de mensheid (homo sapiens) bestaat en mogelijk zelfs langer dan dat menselijke beschaving zal blijven bestaan… Communicatie op zo’n afstand is dus niet mogelijk. Besef dat wij dus signalen (licht, radio) ontvangen die al vele miljoenen jaren geleden zijn uitgezonden; wij zien het verleden van lang geleden…
’s Nachts zien we dus oud licht, zelfs op nieuwe wegen.
Hebben de kinderen toch gelijk als ze over de vraag naar mogelijk leven elders zingen: “Tja dat weet ik niet, ’t is heel erg ver.”